Het lijken brave natuurfoto’s op kalender

(Recensie/De Volkskrant/Merel Bem/19 maart 2008)

In deze rubriek worden kunstwerken belicht die te koop zijn bij galeries, veilingen en op internet. Deze week werk van Antje Peters.

Wat?

Drie foto’s van Antje Peters (Berlijn, 1979) uit de serie The Garden (2007), die in totaal bestaat uit negen foto’s.

Waar?

In het Amsterdams Centrum voor Fotografie (ACF). Daar opende afgelopen weekend drie solopresentaties van evenzoveel jonge fotografen: Jan Adriaans (1972), Basje Boer (1980) en deze Antje Peters.

Wat bindt die fotografen dan?

ACF-programmeur Chantal van Genderen selecteerde de drie vanwege hun weidse definitie van fotografie. Om kort te zijn: Basje Boer is behalve fotograaf ook tekenaar, muzikant en schrijver. Ze behing in het ACF een muur met foto’s en tekeningen die tegelijk wild en romantisch zijn. Jan Adriaans – bekend van foto’s die hij maakt in luxe kantoorpanden – gaf een deel van de tentoonstellingsruimte een ander uiterlijk met installaties en één foto.

En wat deed Antje Peters?

Eigenlijk bleef zij het dichtst bij een klassieke benadering van een fotografiepresentatie. Haar drie werken hangen in een lijst, achter glas. En ook wat betreft onderwerp en stijl doen de opnamen van kiezels, bedauwde bladeren en een boomstam in eerste instantie denken aan brave natuurfoto’s op een wc-kalender. Zo schijnt de fotograaf ze zelf ook te noemen: kalenderplaatjes.

Kalénderplaatjes? Wat doen die in het gerenommeerde ACF, broedplaats voor talent en succes?

Ze doen er aan denken. Ze zíjn het niet. Antje Peters maakt gebruik van de beeldtaal, maar de foto’s van The Garden zijn het resultaat van een intensief, wetenschappelijk onderzoek naar licht en lichtval, naar kleur en kleurverzadiging – en de wijze waarop fotografie hieraan invulling kan geven.

Hoe doet ze dat?

Ze bouwde in haar studio een artificiële tuin, waar wel natuurlijk daglicht kan komen. Vervolgens verfde ze alles wit, en fotografeerde de objecten (bladeren, een tuinhek, een paar citroenen) tegen een eveneens witte achtergrond, steeds op een ander moment van de dag. Zo ontstond een serie die verschuift van donker naar licht, en van lichtgroen naar lichtpaars, ook al kijk je steeds naar wit op wit.

En blijft dat spannend?

Sterker nog: het wordt steeds boeiender naarmate je langer kijkt. Eigenlijk beantwoorden de foto’s nog steeds aan de criteria van de kalenderfoto: ze zijn contemplatief en esthetisch perfect. Daar komt in het geval van Peters’ foto’s bij dat ze, zoals meer van haar series, óók gaan over het wezen van de fotografie: licht.

Jammer dat in het ACF ‘maar’ drie delen van de serie te zien zijn en niet alle negen.

Kopen?

Mits die hele serie dus. De foto’s komen in twee formaten en in een oplage van vijf, 100x80 (1050 euro per stuk) en 60x80 (600 euro per stuk). Het ACF biedt de foto van de druppelende bladeren ook nog aan als ACF-editie van 40x50 in een oplage van tien. Voor 250 euro.